| Haarkleed : |
wit |
| Gestalte : |
groot |
| Kop
: |
breed tussen de oren, middelmatig lang, de snuit is
breed, lichte kaken |
| Oren :
|
middelmatig, breed en tamelijk lang, fijn,
rechtopstaand en licht naar buiten gericht, met zachte haren bekleed op
de randen |
| Hals
: |
middelmatig lang, fijn en goed aangezet aan de borst |
| Borst :
|
middelmatig breed en diep |
| Schouder : |
breed en zonder oneffenheden, sterk en goed
ontwikkeld, aangesloten aan de borstkas |
| Schoft :
|
dakvormig tot plat |
| Rug
: |
lang, horizontaal of licht gebogen |
| Lenden :
|
breed, plat, goed aangesloten |
| Buik :
|
gevuld, goed gedragen met een horizontale onderlijn |
| Kruis : |
lang en breed, recht of zeer licht hellend |
| Staart : |
voldoende laag ingeplant, lang en sterk, zonder grof
te zijn, met een kwast van fijne haren |
| Ham : |
goed gevuld en voldoende diep |
| Beenderstel : |
sterk. In verhouding tot het dier zijn de benen
middelmatig lang, recht en correct geplaatst onder het lichaam |
| Standen : |
correct met vlotte gang, hoeven normaal gesloten,
klauwen gelijk |
| Tepels : |
regelmatig geplaatst, goed gevormd, goed verdeeld,
minstens 2 x 7 |
|
|